Huis voor democratie en rechtsstaat

Touwtrekken over het associatieverdrag EU-Oekraïne

zaterdag 2 april 2016

Wie een rationele keuze wil maken bij het referendum op 6 april mag wel een paar dagen vrij nemen. De gedachtewisseling op de sociale media geeft niet de indruk dat veel mensen tijd voor onderzoek hebben genomen. En ook wie er wel veel werk van maakt, heeft het moeilijk. Waarom is het zo lastig de argumenten te wegen?

– Door Kars Veling, directeur van ProDemos –

Stel het referendum voor als een touwtrekwedstrijd. Een karretje op rails staat op de middenstip. Rechts is vóór, links is tegen. Wie het sterkst is, wint.

Tekening: touwtrekken om het verdrag

Wacht even. We willen een gefundeerde keuze maken. De trekkracht vóór en tegen moet komen van argumenten. Van boven gezien wordt de touwtrekwedstrijd dan zo. Hoe meer sterke argumenten, hoe meer reden je hebt voor je stem.

 

Maar dan zijn we er nog niet. Wie beoordeelt hoe sterk een argument is? Dat doe je zelf uiteindelijk, laten we zeggen geholpen door deskundigen. In NRC- Handelsblad van 30 maart staat een serie pro en contra argumenten, de sterkste die door de strijdende kampen naar voren worden gebracht. Elk argument wordt beoordeeld op z’n waarheidsgehalte. Het is dus wellicht mogelijk de waarheid van argumenten scoren op een schaal van 1 tot 5. Nog lastig genoeg, vooral waar het gaat om beweringen over de toekomstige ontwikkeling met en zonder verdrag.

 

Tekening: argumenten als pijlen die met verschillende kracht aan het verdrag 'trekken'

 

Zijn we er dan? Wie goed kijkt naar de argumenten realiseert zich al gauw dat het niet alleen gaat om de vraag of ze waar zijn. Een ware stelling hoeft nog geen sterk argument te zijn. Hoe relevant is bij voorbeeld de (ware) constatering dat Poetin tegen het verdrag is? Of het feit dat je voor handel met Oekraïne geen verdrag nodig hebt? Om over de kracht van een argument te oordelen, moet je ook vaststellen in hoeverre het ertoe doet. Deze – laten we zeggen relevantie – kan worden uitgedrukt in de grootte van de hoek ten opzichte van de verticale as, van 0 graden voor een bewering die niet relevant is tot 90 graden voor een bewering met een sterke impact. Hoe dichter een argument bij de trekrichting staat, hoe meer gewicht die in de schaal legt.

 

Je kunt zeggen dat de kracht van een argument gelijk is aan het waarheidsgehalte vermenigvuldigd met de sinus van de hoek als maat voor de relevantie:
K = W  x  sinus ϕ

Tekening: argumenten die in verschillende hoeken aan het verdrag 'trekken'

Als de voor- en tegenstanders nu eenzelfde aantal  sterkste argumenten naar voren brengen, dan kan ik uitrekenen of ik per saldo meer voor- of meer tegen ben. Dat ziet er rationeel uit, toch? Rekensommen maken al gauw die indruk. Maar de uitkomst is natuurlijk niet rationeler dan mijn eigen taxatie van de waarheid en relevantie van de stellingen.

 

Kunnen we kiezers verleiden deze reken-exercitie te doen? Vermoedelijk niet. En er spelen nog heel andere dingen mee. Misschien denk ik dat het referendum eigenlijk gaat over vóór of tegen de Europese Unie. Ja, dan zijn al die ingewikkelde stellingen aan mij niet besteed. Of ik bepaal mijn stem doordat het gezelschap van de voorstanders of van de tegenstanders me niet aanstaat. Misschien wil ik protesteren tegen de elitaire kliek die ons het verdrag door de strot wil drukken. Of ik stoor me aan de stijl van de tegenstanders en gun ze geen succes.

Het wordt dan echt een touwtrekwedstrijd.

Touwtrekken om de EU