Strijdbare democratie, maar hoe?

Geplaatst op: 07/05/15 14:30 | Weblog

Hoe kan een democratische rechtsstaat zich verweren tegen krachten die erop uit zijn de principes ervan te ondermijnen?

De verijdelde aanslag in Texas afgelopen zondag bevestigt weer de urgentie van de vraag. De staat heeft de plicht de vrije samenleving te beschermen, als het moet door gewapend politieoptreden. Net als na de aanslagen in Parijs beseffen we dat het van levensbelang is dat de democratische rechtsstaat zich verweert tegen terreur.

Kars Veling

Kars Veling

Maar de verdediging van de democratische rechtsstaat is juist in een democratische rechtsstaat aan grenzen gebonden. Een politiestaat mag sterk lijken in het verweer tegen aanslagen, maar wel ten koste van de vrije samenleving die we juist willen verdedigen. Mensen die als collectief worden geassocieerd met de terreur zijn dan de eerste slachtoffers.

Over de verdediging tegen aanvallen op de democratische rechtsstaat zijn we het niet eens. Er zijn twee dilemma’s rondom de aanpak. Het ene dilemma is de afweging van preventief toezicht en privacy, het andere dilemma is de keuze tussen harde confrontatie met het verdachte kamp en het zoeken van de individuele nuancering.

Het eerstgenoemde dilemma schuurt steeds opnieuw, bij elke volgende maatregel die wordt bepleit of die al is doorgevoerd over toezicht, opslag van gegevens, controle tot binnen de privésfeer. Er is van tijd tot tijd wel enige onrust, maar veel mensen lijken te vertrouwen dat de inperking van privacy hen beschermt.

Het tweede dilemma  leidt tot felle debatten en politieke tegenstellingen. Over en weer worden sterke verwijten geuit. Zoete broodjes bakken met mensen die een religie aanhangen die zich ideologisch keert tegen de westerse democratische rechtsstaat is verraad, zegt de één. Een religie verdacht maken en daarmee hele bevolkingsgroepen die toch goeddeels bestaan uit vredelievende mensen is in een rechtsstaat niet acceptabel, zegt de ander.

Onder de titel ‘Wat te doen met antidemocratische partijen?’ is recentelijk een rede uit 1936 van de sociaaldemocraat George van den Bergh opnieuw uitgegeven. Van den Bergh keerde zich daarin fel tegen het nationaalsocialisme. In een uitvoerig nawoord maakt Paul Cliteur een vergelijking met de actualiteit, waarbij hij de zienswijze van Van den Bergh toepast op de extreme islam, dat hij typeert als het nieuwe islamo-fascisme. Dat moet net als het nationaalsocialisme stevig bestreden worden, aldus Cliteur. Wie zich onttrekken aan de bestrijding van dit theo-terrorisme zijn naïeve goedpraters, die de dictator Lenin ooit verwelkomde als ‘nuttige idioten’: mensen die probeerden met hem in dialoog te gaan en door wie hij zich toch geen strobreed in de weg liet liggen. Cliteur heeft gelijk met zijn waarschuwing dat een vrije samenleving zich niet moet laten gijzelen door vrees voor terreur. Maar daarmee is nog niet gezegd hoever we moeten gaan in het bestrijden van antidemocratische krachten. Vraagt de democratische rechtsstaat niet om ruimte voor ideologische verschillen, ook als ze bijvoorbeeld de grenzen van de vrijheid van meningsuiting betreffen?

Over de weerbaarheid van de democratie organiseert ProDemos in de komende weken drie colleges. Als Huis voor democratie en rechtsstaat willen we daarmee een inhoudelijke bijdrage leveren aan de bezinning op de urgentie van het thema en ook op de keuzes waarvoor het ons plaatst.

Op maandag 11 mei spreekt Ernst Hirsch Ballin over het karakter van de rechtsstaat en over wat dat betekent voor de wijze waarop de rechtsstaat moet worden verdedigd. Op dinsdag 19 mei gaat Beatrice de Graaf in op de bestrijding van en de angst voor terrorisme. Op dinsdag 26 mei behandelt Paul Scheffer de gevolgen van de bedreiging van onze democratische rechtsstaat voor onze pluriforme samenleving.

Kars Veling

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *