Prinsjesforum: discussies over democratie en rechtsstaat

Geplaatst op: woensdag 20 september 2017

Op maandag 18 september 2017 organiseerde ProDemos, in samenwerking met het Prinsjesfestival en de Hoge Raad, het Prinsjesforum. Studenten van de Haagse Hogeschool gaven in een pitch hun mening over een stelling, waarna er discussie volgde met het panel en de zaal. Het panel bestond uit: Ankie Broekers-Knol (voorzitter van de Eerste Kamer), Jos Silvis (procureur-generaal bij de Hoge Raad) en Ben Vermeulen (staatsraad bij de Raad van State).

Heeft de meerderheid altijd gelijk?

Allereerst ging het om de vraag of in een democratie de meerderheid altijd gelijk heeft. Hazel Kutuk vond dat dat niet zo zou moeten zijn. Ze wees op het belang van objectieve informatie en op het gevaar van het krijgen van een vertekend beeld, bijvoorbeeld door sociale media. In een democratie, zo betoogde ze, moeten bovendien keuzes worden gemaakt voor wat het beste is voor de samenleving. Als wat de meerderheid wil ingaat tegen de mensenrechten bijvoorbeeld, kan dat niet worden ingevoerd. Broekers sloot zich hierbij aan: er moet altijd rekening gehouden met een substantiële minderheid. Vermeulen benaderde de stelling ook vanuit juridisch perspectief. Een aangenomen wet kan onjuist zijn, bijvoorbeeld omdat hij tegenstrijdig is met andere wetten. Daarom is het goed dat er een Eerste Kamer is en een Hoge Raad om dat te controleren.

Is het referendum democratisch?

Het tweede discussiepunt was het referendum. Is een referendum democratisch? Georgina Overheid betoogde dat het referendum ingaat tegen ons systeem. Bovendien hebben burgers volgens haar vaak onvoldoende kennis en inzicht om een gefundeerde mening te geven over de onderwerpen die in referenda aan de orde komen. Broekers was het helemaal met haar eens. Ons systeem is dat van een representatieve democratie. Als we daar een ander systeem naast gaan zetten, zoals het referendum, loopt het in de soep. Silvis wees erop dat een bindend referendum in strijd is met de Grondwet. Hij vond wel dat het volk dicht bij de discussies in de politiek betrokken moet worden. Vermeulen wees erop dat in Zwitserland, een van de oudste democratieën in de wereld, het referendum wel goed werkt.

Kan de overheid ons wel beschermen?

De derde stelling luidde ‘De overheid moet niet proberen ieder risico weg te nemen of de indruk te wekken tegen alle gevaren bescherming te kunnen bieden.’ Dewika Hanoeman was het hiermee eens. Zij wees op de spanning tussen het inleveren van privacy en dus vrijheid enerzijds en het beschermen van die vrijheid anderzijds. Silvis waarschuwde om niet naïef te zijn. Er zijn constant dreigingen, waar de overheid toch echt iets mee moet. Meer veiligheid leidt niet tot de open, vrije samenleving die we willen zijn. Maar het is wel nodig om maatregelen te nemen. Vermeulen wees ook op de voortdurende cyberaanvallen op vitale delen van de overheid, nutsbedrijven etc. Om die tegen te gaan zijn vergaande bevoegdheden nodig.

Wordt de rechter steeds belangrijker?

Tot slot werd de stelling ‘In een samenleving waarin tegenstellingen steeds groter worden, wordt de taak van de rechter steeds belangrijker’ behandeld. Colin Helder was het hiermee oneens. Een rechter moet zich houden aan wet- en regelgeving. Een rechter zal weten wat er speelt, maar zijn persoonlijke mening doet er niet toe. Vermeulen was het hier helemaal mee eens. Rechters zijn gebonden aan de wet, het is hun taak die tot gelding te brengen. Het is niet de taak van het recht om mensen gelukkig te maken. Juist rechters zien de zwarte kanten van de samenleving, vulde Silvis aan, ze zijn behoorlijk ‘streetwise’. Maar bij het rechtspreken gaat het om een onafhankelijke beoordeling, met het wetboek als leidraad. Broekers besloot de discussie met te zeggen dat iedereen, zeker ook politici, altijd respect moet tonen voor gerechtelijke uitspraken. Een onafhankelijke rechtelijke macht is essentieel.