Huis voor democratie en rechtsstaat

De organisatie

Elke gemeente heeft een gemeenteraad, een burgemeester en een college van burgemeester en wethouders (b. en w.). Een belangrijke taak van de gemeenteraad is om het college te controleren. Het college moet op zijn beurt verantwoording afleggen aan de gemeenteraad. Een wethouder kan geen lid van de gemeenteraad zijn.

Twee begrotingen

Omdat de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders verschillende taken en bevoegdheden hebben, worden er twee verschillende begrotingen opgesteld. De begroting voor de gemeenteraad heet de programmabegroting. Deze bestaat uit een aantal verschillende programma’s, zoals onderwijs, verkeer, recreatie, zorg en veiligheid. In elk programma worden de inkomsten en uitgaven jaarlijks tegenover elkaar gezet.
De begroting voor het college van b. en w. wordt de productbegroting genoemd. De productbegroting vormt de gedetailleerde invulling van de programmabegroting door het college, dat immers voor de uitvoering moet zorgen. De totale inkomsten en uitgaven van de productbegroting moeten natuurlijk gelijk zijn aan de totale inkomsten en uitgaven van de programmabegroting.

Gemeenteraad – gekozen volksvertegenwoordigers

De gemeenteraad, afgekort ook wel de raad genoemd, wordt rechtstreeks door de inwoners van de gemeente gekozen. Dat gebeurt om de vier jaar bij de gemeenteraadsverkiezingen. De volgende raadsverkiezingen vinden plaats in 2018. Het aantal raadsleden is afhankelijk van het aantal inwoners van de gemeente. De kleinste gemeenten hebben 9 raadsleden, de grootste 45. De raad beslist bij meerderheid van stemmen. De leden van de raad zijn meestal lid van een politieke partij. Dat kan een plaatselijke afdeling van een landelijke partij zijn, maar ook een lokale partij of groepering. De leden van één partij in een gemeenteraad vormen tezamen een fractie met als belangrijkste woordvoerder de fractievoorzitter. De burgemeester is de voorzitter van de gemeenteraad. Als voorzitter van de gemeenteraad heeft de burgemeester geen stemrecht. Wel kan hij in de vergadering van de raad aan de discussie deelnemen. De raad wordt in zijn werkzaamheden bijgestaan door een griffie.

Taken en commissies

Gemeenteraadsvergaderingen worden maandelijks gehouden; in grote gemeenten meestal vaker. Ze zijn openbaar. De agenda wordt ruim van tevoren bekend gemaakt, vaak ook via de plaatselijke krant en de website van de gemeente. De gemeenteraad is het hoogste orgaan van een gemeente en heeft drie belangrijke taken.

  • Ten eerste stelt de raad de grote lijnen vast voor het beleid van een gemeente. Raadsleden moeten zich daarom bezighouden met de vraag hoe de gemeente er over een aantal jaren uit zou moeten zien. Moet de gemeente bijvoorbeeld nog verder groeien? Moet de gemeente aantrekkelijker worden voor toeristen? Moeten er meer fietspaden komen?
  • Ten tweede controleert de raad of het college van burgemeester en wethouders zijn bestuurstaken goed uitvoert. Past het beleid van het college binnen de lijnen die de raad heeft uitgezet? Doet het college waar de raad om heeft gevraagd? Om dat goed te kunnen beoordelen, moet het college verantwoording afleggen aan de raad.
  • Ten derde is het de taak van raadsleden om de inwoners van de gemeente te vertegenwoordigen. Daarom is het goed als raadsleden veel met inwoners praten – op bijeenkomsten, maar ook gewoon op straat. Dan horen ze wat er zoal leeft in de gemeente.

De gemeenteraad kan zijn eigen commissies instellen. Deze raadscommissies bereiden de besluitvorming in de raad voor en voeren overleg met het college van b. en w. De burgemeester en de wethouders zijn geen lid van een raadscommissie, maar een raadscommissie kan de burgemeester en collegeleden wel vragen om bij een bepaald onderwerp aan het overleg deel te nemen. Ook kan de raad een adviescommissie benoemen, die de raad adviseert over bepaalde aspecten van het gemeentelijk beleid. Om zijn controlerende taak goed uit te kunnen voeren, beschikt de raad over de mogelijkheid om onderzoekscommissies in te stellen. Het onderzoek mag alleen gaan over het collegebeleid.

De twee grootste steden van Nederland hebben tevens bestuurscommissies (Amsterdam) of gebiedscommissies (Rotterdam), die taken en verantwoordelijkheden hebben voor een deel van de stad. De leden van deze commissies worden door de inwoners van het betreffende stadsdeel gekozen. De commissies houden zich onder meer bezig met de inrichting van de openbare ruimte, parkeren, buurtsport en schuldhulpverlening. Er zijn ook veel gemeenten met wijkraden, wijkcommissies, dorps- of buurtraden, maar die bestaan niet uit gekozen vertegenwoordigers.

College van burgemeester en wethouders – een meerderheid vormen

Het college van burgemeester en wethouders vormt het bestuur van de gemeente. De burgemeester is de voorzitter van het college van b. en w. Het aantal wethouders is evenals het aantal raadsleden afhankelijk van het aantal inwoners van de gemeente: minimaal twee en maximaal negen. Het college heeft eigen bestuursbevoegdheden op grond van allerlei landelijke wetten en regelingen, bijvoorbeeld de uitvoering van de Wet werk en bijstand en de toepassing van de Wet milieubeheer. Het college zorgt daarnaast voor de voorbereiding van zaken waarover de raad beslist en voor de uitvoering van raadsbesluiten.

Na de verkiezingen gaan verschillende fracties, die tezamen een meerderheid in de raad vormen, met elkaar om de tafel zitten om te onderhandelen over de vorming van een college. Een college dat over een meerderheid van de partijen in de raad beschikt, noemen we een meerderheidscollege. Maar er is ook de mogelijkheid van een minderheidscollege. In dat geval vormen één of meer partijen die in de raad geen meerderheid hebben toch een college. Zo’n oplossing komt alleen voor als partijen geen overeenstemming kunnen bereiken over de vorming van een meerderheidscollege. De afspraken die de samenwerkende partijen in het college (de collegepartijen) maken, noemen we een collegeprogramma.

Wethouders

De wethouders worden door de gemeenteraad gekozen. Als ze uit de gemeenteraad zelf afkomstig zijn, geven ze na aanvaarding van hun functie het raadslidmaatschap op. Het is ook mogelijk om wethouders van buiten de raad te benoemen, zelfs als ze in een andere gemeente wonen. In het laatste geval zijn ze wel verplicht binnen een jaar te verhuizen naar de gemeente waarin ze wethouder zijn geworden. De raad kan in bijzondere gevallen ontheffing van de verhuisplicht verlenen. Het wethouderschap is meestal een voltijdse baan. Anders dan een gemeenteraadslid krijgt een wethouder daarom een salaris.

Tussen raad en wethouder geldt, evenals tussen het parlement en de minister, de vertrouwensregel. Een wethouder kan door de gemeenteraad worden afgezet indien hij niet langer het vertrouwen van de raad heeft. Een opengevallen plaats wordt meestal opgevuld door een ander lid van de partij van de vertrokken wethouder. Ook kan de partij besluiten om niet langer deel te nemen aan het college. Er moet dan een nieuwe partij worden gezocht om een meerderheid in de raad te krijgen.

Elke wethouder heeft zijn eigen taakgebied of portefeuille, bijvoorbeeld onderwijs, openbare werken, financiën, huisvesting, sport en cultuur. Tegelijkertijd is het gemeentebeleid een zaak van het college als geheel. Dat noemen we collegiaal bestuur. Burgemeester en wethouders beslissen bij meerderheid van stemmen. De vergaderingen van het college zijn niet openbaar.

Het college legt voor zijn beleid verantwoording af aan de raad. Als het college niet langer het vertrouwen van de raad heeft, treedt het college in zijn geheel af, maar vervroegde verkiezingen zijn op gemeentelijk niveau niet mogelijk. Op basis van de bestaande zetelverdeling in de gemeenteraad wordt dan een nieuw college gevormd.

Burgemeester – benoemd door de Kroon

De burgemeester is voorzitter van zowel het college van b. en w. als de gemeenteraad. Als voorzitter van het college heeft de burgemeester stemrecht. Zijn stem kan zelfs de doorslag geven als de stemmen van de wethouders dat niet doen. Als voorzitter van de gemeenteraad heeft de burgemeester geen stemrecht. Hij kan wel in de vergadering van de raad aan de discussie deelnemen.

De burgemeester is verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde en de veiligheid in de gemeente en heeft een aantal beheersmatige portefeuilles, bijvoorbeeld de bestuurlijke organisatie en automatisering. Bovendien heeft hij een aantal wettelijke zorgplichten en bevoegdheden, zoals de bevordering van de eenheid van het collegebeleid en de mogelijkheid om onderwerpen op de agenda van het college te zetten. Daarnaast zijn veel burgemeesters actief in het promoten van hun gemeente.

In tegenstelling tot gemeenteraadsleden en wethouders wordt de burgemeester niet gekozen, maar benoemd door de Kroon, dat wil zeggen door de regering (koning plus ministers) op voordracht van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Als er in een gemeente een vacature is, dan wordt een zogenoemde vertrouwenscommissie van de gemeenteraad ingesteld. Hierin zitten meestal de fractievoorzitters van alle partijen in de raad. De commissie stelt een lijst met eigenschappen op waaraan de nieuwe burgemeester zou moeten voldoen. Dat noemen we een profielschets. De vertrouwenscommissie voert daarna gesprekken met de kandidaten en doet vervolgens een voordracht aan de minister. Vrijwel altijd volgt deze de aanbeveling van de raad op. Formeel wordt de burgemeester dus benoemd, maar feitelijk wordt hij gekozen door de gemeenteraad.

De benoeming van een burgemeester geldt voor een periode van zes jaar. Als zijn ambtstermijn erop zit, gaat de gemeenteraad bekijken of de burgemeester de afgelopen jaren zijn werk goed heeft gedaan. De raad zal op basis van dit oordeel al dan niet herbenoeming aanbevelen. De gemeenteraad kan de burgemeester niet ontslaan, dat kan alleen de Kroon (de koning en de ministers).